0440949 Andreas van Cranenburgh Tentamen Meesters van het Wantrouwen. Tutor: Tjerk-Jan Wed Jun 22 01:38:32 CEST 2005 1a. Systematisch wantrouwen leidt zelf tot vertrouwen, namelijk in zichzelf, doordat het systematisch is. In die zin lijkt het een zichzelf ondermijnend begrip, als het wantrouwen op het systeem zelf wordt toegepast. b. Nee. Misschien wel in bepaalde gevallen in specifieke domeinen, maar zeker geen universeel criterium. Van alle wetenschapsfilosofen vind ik Popper de meest zinnige uitspraken doen, maar die geeft geen criterium om de waarheid te vinden, hoogstens om onwaarheden te ontdekken. Om kort te zijn stuit je altijd op minstens twee problemen: - Je kan altijd antwoorden ``ik werk niet in die windmolen,'' oftewel ik geloof niets van jouw waarheidscriterium. - Het waarheidscriterium kan zijn eigen waarheid niet bevestigen. 2a. De drie oorspronkelijke meesters waren allemaal mens- of geesteswetenschappers. Ze gingen tegen de gevestigde orde in en hadden radicale skepsis. Ze waren alledrie vrij eigenzinnig. Verder waren ze voor het op een andere manier interpreteren van dingen, namelijk door bedacht te zijn op allerhande 'schijnbewegingen.' b. Een zeer duidelijke overeenkomst is dat ze allemaal van zeer grote invloed zijn geweest en tegen de stroom in gingen. Een zeer duidelijk verschil is wel dat de toegevoegde wantrouwers zeer wetenschappelijk waren, en nog steeds zo beschouwd worden. Marx was in zijn visie over de geschiedenis wat kort door de bocht, voor Nietzsche geldt dat filosofie metafysica is en Freud was voor Popper het archetype van pseudowetenschap. 3a. Hiermee bedoelt hij dat in vergelijking met andere wezens de mens zich onderscheidt met creativiteit, dat dit ons tot mens maakt. Dit is zeker niet alleen positief, want men kan ook goed de weg kwijtraken in, of bedolven worden onder, het bouwwerk van kennis dat de mens voor zich gecreeerd heeft. b. Marx gelooft niet alleen sterk in het humanisme, hij wil het ook daadwerkelijk realiseren. De mens moet centraal staan in de inrichting van de maatschappij en nooit het middel zijn, maar altijd het doel. 4a. Het doet mij sterk voorkomen dat de intuitieve mens een extraverte is, en dat de redelijke mens een introverte is. De intuitieve mens laat zich door gevoelens leiden, de redelijke door zijn rede. De intuitieve mens staat symbool voor de kunst, de redelijke voor de wetenschap. b. Het beste van beide werelden lijkt me een voor de hand liggende keuze. Beiden hebben zo hun voordelen en nadelen en vullen elkaar aan. Ik geloof zelf niet dat mensen in een van de twee hokjes is te plaatsen, dus heb ik ook geen duidelijke voorkeur. 5a. - De aarde is niet het centrum van het heelal (Copernicus) - we hebben dezelfde voorouders als de apen (Darwin) - we worden geleid door oncontroleerbare driften (Freud) b. Ik denk niet dat veel mensen dit als een echt probleem beschouwen. De verscheidenheid aan informatie die beschikbaar is zie ik zelf juist als een verrijking. Dat niet alles te bevatten is maakt het hoogstens interessanter, er is altijd nog meer om te ontdekken. Verder ligt het natuurlijk voor de hand dat naarmate de wetenschap vordert het om steeds kleineren zaken gaat, en dat deze zaken dus steeds minder directe gevolgen hebben voor de gemiddelde mens. Of je boven- en onderquarks nou kunt voorstellen of niet, de meeste mensen zullen ze toch nooit te zien krijgen. 6a. Een voordeel van automatische informatieverwerking is dat het zeer snel gaat. Een nadeel is dat men niet kan aangeven op grond waarvan een oordeel wordt gegegeven. b. Het kan zeer nuttig zijn om samen te werken met anderen, gebaseerd op vertrouwen. c. Door de evolutie heeft onze psyche zich zo ontwikkelt dat hij snel in staat is om te oordelen of iemand te vertouwen is en of het slim is om een samenwerking aan te gaan 7a. Het artikel van Fancher is meer biografisch, historisch en beschouwend, terwijl die van Solms daarentegen betogend probeert te laten zien dat de psychotherapie en neurowetenschappen goed samengaan. Wat dat betreft is Fancher dus neutraal, en Solms meer gekleurd, met een duidelijke agenda. b. Nee. Ik vind de psychoanalytische kijk op de mens te negatief en niet onderbouwd. De zogenaamd oncontroleerbare driften worden naar mijn mening vaak genoeg uitstekend gecontroleerd, en dan kan je het evengoed omdraaien: diep van binnen willen we ons allemaal normaal gedragen en afwijkend gedrag is een onderdrukking van het normale gedrag, in plaats van Freud's visie dat "gezonde mensen" het afwijkend gedrag onderdrukken. Verder vind ik de anologien van zaken uit de psychoanalyse en de neurowetenschappen vergezocht. Zoals eerder opgemerkt vind ik de psychoanalyse een pseudowetenschap en dat zou je niet moeten proberen te rijmen met echte wetenschap. Je kan natuurlijk alleen de wetenschappelijke stukjes van de psychoanalyse gebruiken en de rest veranderen of aanpassen, maar dan kan je beter helemaal overnieuw beginnen. 8. Ik zou misschien met veel moeite iets uit mijn duim kunnen zuigen, maar om eerlijk te zijn kan ik me geen belangrijk inzicht of leermoment dat ik gehad heb tijdens de cursus bedenken. Van te voren wist ik over de meeste onderwerpen al iets, en na het lezen van de artikelen en volgen van de colleges meer, maar er heeft zich verder niet iets bijzonder noemenswaardigs voorgedaan. Interessanter is de vraag waar ik wantrouwen voor koester. Een van de dingen die ik erg wantrouw-opwekkend vind is als wetenschappers of andere lieden proberen te beweren hoe goed twee theorien of stromingen samengaan. Een voorbeeld zijn mensen die beweren dat wetenschap en religie zo goed samengaan. Meestal hangen ze dan een of meerdere onwetenschappelijke theorien aan (bijvoorbeeld de beruchte I.D. theorie) en houden ze er minstens een afwijkende definitie van wetenschap of religie op na, en soms beiden. Een ander voorbeeld is hoe de evolutietheorie wordt misbruikt, bijvoorbeeld voor sociaal-darwinisme, en ook Nietzsche ging er me aan de haal door te beweren Anti-Darwin te zijn, waarbij hij over het hoofd leek te zien dat de evolutie niet per se tot steeds meer verbetering hoeft te leiden (hij bekritiseert de evolutietheorie omdat hij beweert dat deze stelt dat er onafwendbare vooruitgang in de evolutie is, terwijl volgens zijn wil-tot-mach theorie de "zwakkere" juist de sterken overwint.)