\documentclass[12pt,a4paper,portrait]{article}
\usepackage[pdftex]{graphicx}
\usepackage{vmargin}
\usepackage{url}
\setpapersize{A4}
\usepackage[dutch]{babel}

\begin{document}

\begin{center}
Cognitieve Psychologie, 2007 \\
0440949 Andreas van Cranenburgh \\
{\em Sat Nov  3 15:46:29 CET 2007}
\end{center}

\abstract{ }

\section{{\em Feature based} en {\em prototype} concepten}
%Opdracht 5 november 11 uur	
%Leg uit wat het verschil is tussen feature based en prototype concepten, geef van ieder een voorbeeld.

\subsection{Feature based concepten}
Een simpele en populaire theorie over conceptvorming is de {\em feature-based} theorie. Deze zegt dat categori\"en beschreven worden door {\em noodzakelijke} en {\em voldoende} voorwaarden. Aan de ene kant zijn bepaalde voorwaarden een absolute voorwaarde voor deelname aan een categorie; aan de andere kant zijn bepaalde combinaties voldoende om te kunnen beslissen dat iets deel uitmaakt van een categorie.

Een voorbeeld is de definitie van een auto, als volgt:

\begin{itemize}
\item vier wielen
\item gemotoriseerd
\item geschikt voor twee tot zes personen
\end{itemize}

Hiermee is een `bus' uitgesloten, maar bijvoorbeeld niet een `golfkar.' Hiermee wordt dus een probleem duidelijk van deze theorie: deze kan niet onderscheiden tussen `goede' en `minder goede' voorbeelden.

Een andere moeilijkheid zijn categori\"en die geen defini\"erende eigenschappen zouden hebben. Zo noemde Wittgenstein het concept `spel.' Echter, deze `probleemconcepten' zijn naar mijn eigen bescheiden mening gemakkelijker te verklaren met {\em polysemy}, lexicale ambiguiteit.

\subsection{Prototype concepten}
Een andere manier om concepten te defini\"eren is door middel van prototypen. Een prototype is vaak het eerste exemplaar van een concept. Hiervan kunnen de {\em karakteristieke eigenschappen} worden afgeleid. Deze eigenschappen zijn vaak aanwezig in de categorie, maar niet noodzakelijkerwijs. Een bekend voorbeeld is `vliegen' als eigenschap bij vogels, pingu\"ins en kippen doen daar immers niet aan. Dit verklaart dan bijvoorbeeld waarom een mus een `beter' voorbeeld van een vogel is dan een pingu\"in.

Volgens deze theorie zal een instantie worden geclassificeerd naargelang gelijkenis met bekende prototypes. Deze gelijkenis wordt meestal uitgelegd als het aantal overeenkomende eigenschappen; hoewel niet alle eigenschappen even sterk mee hoeven te wegen.




\subsection{Bronnen}
1999, Sternberg, Robert. Cognitive Psychology 2nd edition. \\

\end{document}
