\documentclass[10pt,a4paper,portrait]{article}
\usepackage[pdftex]{graphicx}
\usepackage[dutch]{babel}
%\usepackage{fullpage}
\usepackage{sober}
\usepackage{url}

\begin{document}
\begin{center}
Filosofie van Kunstmatige Intelligentie, 2008 \\
0440949 Andreas van Cranenburgh \\
{\em Mon Nov 10 18:21:42 CET 2008}
\end{center}

%Lees het volgende artikel:
%
%Ramsey, W., et al., 'Connectionism, Eliminativism & The Future of Folk Psychology', o.a. in: Philosophy & Connectionism, W. Ramsey et al., eds., pg 199-228, Hillsdale, 1991.
%Online: http://www.jstor.org/stable/2214202
%
%Bepaal wat volgens jou de belangrijkste stelling of het meest verhelderende
%inzicht is dat er in naar voren gebracht wordt. Leg uit waarom je dit vindt en
%vermeld wat je eigen standpunt hierover is.  Omvang ongeveer 300 woorden.
%
%Inleveren per email, uiterlijk dinsdag 11 november 2008, om 14.00 uur, aan Steijn.Kistemaker@student.uva.nl. Zet in de subjectregel: "[FAI] wk 11".

\section{De stelling: Connectionisme $\Rightarrow$ Eliminitavisme}
De stelling van Ramsey et al.\ (1991) is dat gegeven de correctheid van een
bepaald soort connectionistische modellen de {\em folk psychology}
ge\"elimineerd moet worden. Deze soort connectionistisch modellen hebben drie
eigenschappen:

\begin{description}
  \setlength{\itemsep}{0pt}
  \setlength{\parskip}{0pt}
  \setlength{\parsep}{0pt}
\item[Gedistribueerde representaties] uitkomsten zijn afhankelijk van alle
nodes, er is geen ``grootmoeder cel'' aan te wijzen die geheel en alleen is
gewijd aan het herkennen van een grootmoeder.
\item[Subsymbolische informatieopslag] informatie is numeriek gerepresenteerd en is niet te interpreteren zonder het model te laten werken. 
\item[Cognitieve modellen] in tegenstelling tot een bepaalde implementatie gaat het hier om een algemene cognitieve architectuur.
\end{description}

De genoemde {\em folk psychology}, ofwel de {\em common sense psychology} 
\footnote{het Nederlands schiet hier echt te kort} 
wat betreft propositionele attitudes
houdt onder andere in dat proposities discreet zijn en een causaal
verklarende rol kunnen spelen voor gedrag. Als dit waar zou zijn dan zou (in
principe) voor een bepaalde handeling een set van mogelijke verklaringen kunnen
worden opgesteld, en vervolgens op empirische wijze de werkelijke verklaring
kunnen worden gekozen.

In tegenspraak hiermee is de idee dat de geest werkt volgens een
connectionistisch model met {\em spreading activation} over gedistribueerde
representaties. Dit geeft een hollistische kijk op proposities in de geest en
hun rol in het veroorzaken van gedrag. Dit zou, als de correctheid van zulk een
model is aangetoond, betekenen dat de ascriptie van propositionele attitudes
berust op een misverstand, en hoogstens een nuttige, versimpelde voorstelling
van de werkelijkheid is.

\section{Eigen standpunt}
Ik ben het roerend eens met dit artikel: de conclusie volgt uit de premisse.
Echter, als de premisse waar is dan heeft de psychologie een groot probleem,
er moet dan een zeer ingewikkelde relatie worden ontwikkeld met de biologie.
Het is de vraag of er dan nog theorien kunnen worden ontwikkeld, gezien het
enorme aantal neuronen en de complexiteit van mogelijke combinaties en
dergelijke (mogelijk vergelijkbaar met de wellicht onhandelbare hoeveelheden
informatie over DNA en de werking van aanverwante eiwitten).

Verder viel het me tegen dat het artikel niet inging op het leeralgoritme van
het connectionistische model, viz.\ het aanpassen van gewichten.
Backpropagation is namelijk totaal niet biologisch realistisch, omdat het
uitgaat van een buiten-neuraal mechanisme om de gewichten aan te passen. De
genoemde claim in het artikel, dat connectionistische modellen autonoom zijn,
\footnote{de claim wordt gemaakt in het citaat van Smolenksy, pagina 12} staat
dus op losse schroeven (of moet duidelijker beargumenteerd worden). Er bestaat
overigens een fascinerende theorie dat dromen precies hiervoor dienen, het
aanpassen van gewichten.

Uiteindelijk zijn de meeste connectionistische modellen sowieso een ernstige
versimpeling omdat ze met discrete tijdsintervallen werken, terwijl neuronen in
werkelijkheid lopende uitvoer hebben, met zogenoemde {\em spikes} en
dergelijke. Maar ook dat is te modelleren, zie bijv.\ de modellen van Edelman
(1993).

\subsection{Bronnen}
Ramsey, W., et al., 'Connectionism, Eliminativism \& The Future of Folk
Psychology', i.a. in: Philosophy \& Connectionism, W. Ramsey et al., eds., pg
199-228, Hillsdale, 1991.

Edelman, G., Bright Air, Brilliant Fire: On the Matter of the Mind (Basic Books, 1992, Reprint edition 1993). ISBN 0-465-00764-3

\end{document}
