Tue Oct 14 20:15:14 CEST 2008 1. Determinisme is het idee dat alle gebeurtenissen uniek worden gedefineerd als gevolg van hun oorzaken. - 2. Cognitief relativisme zegt dat de waarheid van een uitspraak afhangt van allerlei andere zaken zoals andere dingen die voor waar worden aangenomen. - 3. 1d, 2a, 3b, 4d. Ik zou alle zinnen als synthetisch a posteriori indelen, omdat in alle gevallen de waarheid afhangt van hoe de uitspraken worden waargenomen en begrepen. Definities moeten uit ervaring geleerd worden. 4. Reincarnatie is goed te verklaren door een lichaam-geest dualisme. Een probleem is de interactie tussen lichaam en geest, als de geest niet materieel is, hoe kan deze dan een materialistische wereld beinvloeden? 5. Ja, dan moet je toegeven dat het mogelijk is dat ten minste bepaalde machines kunnen denken, te beginnen bij machines die homoloog werken als menselijke hersenen. 6. Het bestaan van zo'n machine zou mijns inziens niets bewijzen over het behaviorisme, omdat dat slechts een aanpak is. Of de machine bestaat of niet, het kan verkeren wat betreft de mogelijkheid om de werking ervan te begrijpen. De aanname van Leibniz, dat de bewegingen en reacties niet perceptie kunnen verklaren vind ik voorbarig; dit zal ongetwijfeld moeilijk zijn, maar de aanname dat het antwoord beschikbaar is lijkt me geoorloofd. 7. Dit is geen wetenschappelijke uitspraak. Er worden weliswaar voorspellingen gedaan, deze kunnen echter niet binnen afzienbare tijd worden gecontroleerd, omdat de stelling zich indekt door de "schijnbare opwaartse ontwikkelingen." De onafwendbaarheid ("in essentie") wordt ook geenzins verklaard. 8. Het inductieprobleem is het probleem dat er nooit genoeg data verzameld kan worden om met zekerheid een generalisatie te kunnen maken. Een mogelijke oplossing is fallibilisme, toegeven dat elke uitspraak voor herziening vatbaar is. 9. Een emotivist zou het zelf willen uitmaken, een utilist zou alleen naar de gevolgen kijken voor het geluk van de meeste mensen, en een Kantiaan zou het er hartgrondig mee eens zijn. 10. Deze uitspraak zie ik als een truisme, er wordt in zulke algemeenheden en platitudes gesproken dat het moeilijk is om hier iets algemeens tegenin te brengen. Er zijn onnoemelijke complicaties te bedenken over het niet kunnen kwantificeren van geluk, de onvergelijkbaarheid van het geluk in verschillende (al dan niet imaginaire) situaties, et cetera.