\documentclass[10pt,a4paper,portrait]{article}
\usepackage[pdftex]{graphicx}
\usepackage[dutch]{babel}
%\usepackage{fullpage}
\usepackage{url}

\begin{document}
\begin{center}
Filosofie van Kunstmatige Intelligentie, 2008 \\
0440949 Andreas van Cranenburgh \\
{\em Thu Dec 18 14:52:43 CET 2008}
\end{center}

\section{Meeneemtentamen}
%2e deeltoets

%Meeneemtentamen. Stof: Horner & Westacott hoofdstukken 4 en 5, plus het stuk over taalfilosofie (zie huiswerk 2 december).

%Beantwoord de volgende vragen zo volledig en duidelijk mogelijk. Gebruik ongeveer 400 woorden per antwoord.

\subsection{Paradigma's en connectionisme}
%1.  Is de opkomst van het connectionisme in AI een goed voorbeeld van een 'paradigm shift' zoals opgevat door Kuhn? Leg uit, en bespreek hierbij alle kenmerken van zo'n verandering. Zijn er andere of betere voorbeelden van paradigma-wisselingen binnen de AI te vinden? Waarom (niet)?

De opkomst van het connectionisme, ofwel {\em Parallel Distributed Programming}
(PDP), lijkt alle kenmerken van een paradigma te hebben. Te weten:

\begin{enumerate}
\item Het suggereert nieuwe problemen, ingegeven door anomali\"en die door het vorige paradigma werden afgedaan als onbelangrijk.
\item Het suggereert nieuwe methodes om problemen aan te pakken
\item Het vormt een standaard om zulke methodes te evaluaren op kwaliteit
\end{enumerate}

Echter, hier kan wel het nodige tegenin worden gebracht. Zo was het idee om het
gedrag van neuronen te modelleren helemaal niet revolutionair, dit was reeds
binnen de cybernetica (of `control theory') ontstaan. En was er de
roemruchte aanval op de perceptron van Minsky en Papert. Het connectionisme is
dus, wel beschouwd, een {\em rennaiscance} van neurale netwerk1en. Ook was het
connectionisme niet een reactie op anomali\"en, en lijken het cognitivisme
en connectionisme qua resultaten niet incommensurabel. Als sociaal perspectief
is het wel zinnig om het connectionisme als een paradigma te zien, want de
opleving die het veroorzaakt heeft is re\"eel, en er zijn ook werkelijk twee
kampen ontstaan. Maar dit is slechs een interpretatie van wetenschapsdynamica,
feitelijk gezien zijn de idee\"en niet zo nieuw.

Wellicht is het connectionisme als paradigmawisseling slechts een tussenfase.
Varela et al. (1991) beargumenteren dat het emergentisme (waar ze het
connectionisme onder laten vallen) zich niet commiteert aan een standpunt over
mentale representatie, en afhankelijk is van een externe, voorafgegeven
werkelijkheid die als vanzelf aanstuurt op optimaliteit. Het succes van een
leertaak met een neuraal netwerk staat of valt bij de representatie, die door
de experimentator ontworpen wordt! Als werkelijk nieuw paradigma kan dan hun
enactivisme worden beschouwd, een variant van {\em embodiment} met een
expliciet niet-representationeel karakter. Als concreet voorbeeld hiervan
noemen Varela et al. (1991) de robots van Brooks, die direct aan hun omgeving
gekoppeld zijn.

%Ik denk niet dat er nog betere voorbeelden van een paradigma shift zijn te
%vinden in de AI, wellicht vooral omdat de AI doorgaans zo praktisch is, maar
%tegelijk behoorlijk gefragmenteerd qua doel (robotica, taalparsering,
%patroonherkenning, etc.) en aanpak (formeel, statistisch, computationeel etc.).
%Uiteindelijk lijkt het erop dat Kuhn's theorie veel moeilijker toepasbaar is op
%vakgebieden met een natuurwetenschappelijke inslag -- in plaats van zich te
%concentreren op paradigma's wordt er het liefst ge\"evalueerd op basis van de
%`natuur.' Dit geldt ook voor AI, aangezien het succes van een AI project vrij
%eenvoudig gemeten kan worden door te kijken of er mensenwerk mee onnodig
%gemaakt kan worden.

\subsection{Is dat wel Eighties verantwoord?}
%2. 'Het is verkeerd om te stelen'. Geef weer hoe volgens het emotivisme, het utilisme, de Kantiaanse ethiek en de deugdenethiek deze uitspraak geinterpreteerd en beoordeeld moet worden. Als je de uitspraak vervangt door de volgende: 'Het is verkeerd om voor je plezier iemand te pijnigen', maakt dat dan verschil voor de interpretatie of beoordeling door genoemde benaderingen / theorie?n? Verklaar je antwoord.

De uitspraak ``het is verkeerd om te stelen'' wordt door verschillende ethische
theorien als volgt ge\"interpreteerd:

\begin{description}
\item[Emotivisme] Het voelt verkeerd om te stelen. Over dit gevoel is geen oordeel te vellen.
\item[Utilisme] Het is verkeerd om te stelen als het vermijden van stelen leidt
tot het meeste geluk voor de meeste mensen. Geluk moet hier worden gelezen als
de afwezigheid van pijn en aanwezigheid van genot. De beoordeling van deze
uitspraak zou dus kunnen geschieden door een grootschalig opinieonderzoek te
doen naar de gevolgen van stelen.
\item[Deontologie] Het is verkeerd om te stelen als deze regel voor iedereen,
universeel zou moeten gelden; in dat geval is dit dan ook een plicht. Deze
plicht geldt niet om iets te bereiken (zoals orde), geen middel tot een doel,
maar deze hoort simpelweg opgevolgd te worden, omdat anders de steler voorzichzelf een uitzondering maakt op de regel dat niet gestolen mag worden, en dat is inconsistent en dus onethisch.
\item[Deugdenethiek] Het is verkeerd om te stelen als dit in tegenspraak is
met het goede. Het goede is het doel van het leven, een {\em telos}, en deze
moet leiden tot het tot het realiseren van het potentiaal. De beoordeling is
dus op grond van het geloof dat het menselijk karakter tot bloei zou moeten
komen.
\end{description}

De uitspraak 'Het is verkeerd om voor je plezier iemand te pijnigen' zou 
hetzelfde worden ge\"interpreteerd, mits we aannemen dat het hier gaat om
pijnigen dat bij de ontvangende partij niet welkom is. Als het hier om een
gewenste situatie gaat wordt het vrij problematisch voor de laatste twee 
ethische theorien, aangezien er niets universeels lijkt te zijn aan de
uitzonderlijke mensen die plezier ervaar bij pijn (dit lijkt zelfs een
contradictie). Voor het emotivisme en het utilisme is het echter geen probleem.

\subsection{Wilde uitspraken}
%3.
%Wilders heeft gezegd dat de minister van Wonen Wijken en Integratie knettergek is.
%Eberhard van der Laan is de minister van Wonen Wijken en Integratie.
%Dus Wilders heeft gezegd dat Eberhard van der Laan knettergek is.

%Leg uit hoe het komt dat deze redenering niet geldig is. Beschrijf hoe Frege's betekenistheorie deze ongeldigheid verklaart. Beschrijf ook hoe Russell deze redenering zou analyseren, en in welk opzicht dat verschilt van Frege's opvatting.

\begin{itemize}
\item Wilders heeft gezegd dat de minister van Wonen Wijken en Integratie knettergek is.
\item Eberhard van der Laan is de minister van Wonen Wijken en Integratie.
\item Dus Wilders heeft gezegd dat Eberhard van der Laan knettergek is.
\end{itemize}

Deze redenering is ongeldig, omdat Wilders, toen hij de genoemde uitspraak deed,
op de toenmalige minister Ella Vogelaar doelde. De redenering appelleert aan de
naive betekenistheorie, waarbij elk woord of groep woorden verwijst naar iets
in de werkelijkheid.

Frege verklaart dit door onderscheid te maken tussen een verwijzing (``de
minister van ...'') en de betekenisinhoud (op het moment van schrijven van der
Laan, maar toen Wilders zijn uitspraak deed, Vogelaar). De verwijzing wordt
hierbij gezien als een naam, en een verwijzing verwijst altijd naar een
bestaande entiteit. Het cruciale probleem is dat de conclusie van deze
redenering een propositionele attitude is van Wilders (die overigens vooral een
rebelse attitude lijkt te hebben, maar dit terzijde). Onder zo'n propositionele
attitude (bijvoorbeeld een geloof van Wilders) wordt de denotatie van een
verwijzing bepaalt door zijn betekenisinhoud, en niet door wat deze gewoonlijk
denoteert (``{\em de} minister van ...'' in plaats van ``die minister van ..'').
Vandaar dat de substitie van de 2e premisse hier niet geoorloofd is.

Russell is het hier niet mee eens een staat een onderscheid tussen namen en
beschrijvingen voor. ``De minister van ...'' is in dit geval duidelijk een
beschrijving. Namen staan altijd vast, terwijl beschrijvingen op verschillende
tijdstippen verschillende referenten kunnen hebben, afhankelijk van de context.

%Stuur je antwoorden uiterlijk vrijdag 19 december a.s. om 18.00 uur naar j.maat@uva.nl, in de body van het bericht, of als attachment in .doc, .pdf., .txt, .html. NIET in docx.


\subsection{Bronnen}
Minsky, Marvin \& Papert, Seymour, ``Perceptrons,'' MIT Press, 1969 (Enlarged edition, 1988).

Varela, F.J., Thompson, E., \& Rosch, E. (1991), ``The Embodied Mind: Cogni-
     tive Science and Human Experience." Cambridge, MA: MIT Press.

\end{document}
