0440949 - Andreas van Cranenburgh 0418838 - Berend Alberts 20. 1: A ^ B 2: A ^ B ^ B 21a. beide 2n. 21b. Voorbeeld: (a ^ b) v (c ^ d) <-> (a v c) ^ (a v d) ^ (b v c) ^ (b v d) (a ^ b ^ b1) v (c ^ d ^ d1) <-> (a v c) ^ (a v d) ^ (a ^ d1) ^ (b v c) ^ (b v d) ^ (b v d1) ^ (b1 v c) ^ (b1 v d) ^ (b1 v d) (p1 v pn+1) ^ (p1 v pn+2) ^ (p1 v pn+...) .... (pn v p2n) Er zijn 2n symbolen. Er zijn n ^ 2 (n kwadraat) occurences. 22. nm (n maal m). 23. Er zijn n symbolen in de eerste conjunctie, en die moeten vermenigvuldigd worden met het aantal symbolen in de tweede conjunctie om CNF te krijgen, dat geeft dan n1 * n2. Dat moet dan weer vermenigvuldigd worden met het aantal symbolen in de derde conjunctie, dan krijg je dus n1 * n2 * n3, en zo voort, tot je bij nm komt, het aantal "symbol occurences" wordt dan n1 * n2 * n3 * ...... * nm. 24.