deeltentamen kennissytemen, 2004. 1. De benodigde (noodzakelijke) en afdoende voorwaarden voor intelligentie zijn te vinden in een fysiek symboolsysteem. Dit betekent dat een intelligent systeem altijd met symbolen werkt, en niets op lager niveau (bijv. stroompjes van neuronen). physical symbol system: elk materieel systeem dat symbolen als invoer en uitvoer heeft, en dus verwerkt. necessary: noodzakelijke conditie, moet aanwezig zijn sufficient: voldoende om iets te vervullen. general intelligent action: zaken die de meeste mensen kunnen (vooral common sense reasoning) 2. - modulariteit; een representatie moet onafhankelijk zijn van het systeem, en een duidelijke symbolische afbakening hebben. - goed gedefinieerde semantiek; wat beteken de relaties binnen de representatie? wat zijn de termen? - causale verbintenis; de aanwezigheid van de representatie moet een wezenlijk effect hebben op het systeem, dusdanig dat wanneer het afwezig is, het systeem anders zal functioneren. 3. TANDEM [2,nil]| | FIETS [1,nil] -> / \ <-- [2, 2] zadel wiel 4. qualitative abstraction: vanuit verschillende uitspraken, of vanuit een kwantitatieve uitspraak, wordt een kwalitatief gevolg afgeleid. Voorbeeld: Lichaamstemperatuur > 37,5 graden --> koorts. definitional abstraction: een welomschreven definitie kan worden gebruikt om zaken te benoemen. Voorbeeld: niet kunnen slapen --> slapeloosheid generalization: uit specifieke waarnemingen kunnen algemenere feiten worden afgeleid. Voorbeeld: E. coli infectie --> bacterieinfectie. 5. - de onderdelen - welke configuraties toegestaan / mogelijk zijn - een model om te bepalen hoe onderdelen gedeeld kunnen worden om aan meerdere eisen tegelijk te voldoen