proeftentamen kennissytemen. 1a. De benodigde (noodzakelijke) en afdoende voorwaarden voor intelligentie zijn te vinden in een fysiek symboolsysteem. Dit betekent dat een intelligent systeem altijd met symbolen werkt, en niets op lager niveau (bijv. stroompjes van neuronen). physical symbol system: elk materieel systeem dat symbolen als invoer en uitvoer heeft, en dus verwerkt. necessary: noodzakelijke conditie, moet aanwezig zijn sufficient: voldoende om iets te vervullen. general intelligent action: zaken die de meeste mensen kunnen (vooral common sense reasoning) b. Er zijn ook aanpakken op subsymbool niveau (connectionistisch). Een ander punt van kritiek zou kunnen zijn dat deze hypothese ongeveer hetzelfde is als zeggen dat een leeg vel papier en een pen de "potentie hebben om de beste essay ooit te maken," zonder deze claim waar te maken (vooralsnog). 2. --> betekent "subsumes" * betekent "primitive" opera* --> operette* --> musical opera* --> opera seria opera* --> opera comique opera* --> kamer-opera overture* intermezzo* akte* actor* value/number/roleset restrictions: [opera] roleset [overture] with nr. restr. 1,1 [opera] roleset [intermezzo] with nr. restr. 1,nil [opera] roleset [akte] with nr. restr. 1,nil [opera] has at least 1 [actor] [kamer-opera] has at most 8 [actors] defined: concept dat volledig gespecificeerd wordt door opgegeven eigenschappen. primitive: iets dat nog geen volledig concept is, omdat het vooraf gegeven is; er is niet met zekerheid te zeggen of iets onder dit concept valt, omdat er geen "voldoende" condities gegeven zijn. roleset restriction: voordat iets als concept (h)erkend kan worden, moeten de rollen ervan vervuld zijn, zoals opgegeven door de roleset restrictions. Zo moet een opera gezongen worden door minstens 1 persoon, maar mogelijk meer. number restriction: een beperking op het aantal van een 'role,' met een minimum en maximum value restriction: beperking die bepaalt dat een 'role' door een bepaalde type moet worden vervuld ('birthdate' moet een DATE zijn). 3. Allereerst wordt data ingevoerd door een gebruiker. Deze data wordt geabstraheerd naar het niveau waarop ermee geredeneerd wordt. Dit wordt gemapped op mogelijke abstracte oplossingen. Als laatste worden deze abstracte oplossingen omgezet in mogelijke oplossingen en worden deze verfijnd. Dit alles gebeurt op basis van inferentie regels. 4. combinatorics: hoe meer onderdelen, des te meer mogelijke configuraties. Het aantal mogelijkheden kan zeer snel groeien; als alle combinaties mogelijk zijn is er sprake van faculteitsgroei. Een tegenmaatregel zou kunnen zijn het domein zo klein mogelijk te houden. horizon effects: er is vaak niet genoeg tijd om alle mogelijkheden te onderzoeken, op een gegeven moment wordt er gestopt met zoeken. Net na deze 'horizon,' ligt misschien de beste oplossing. Een tegenmatregel is voorzichtig te zijn met onderdelen die bijv. groot zijn of veel stroom verbruiken, zodat zulke onderdelen nader bekeken worden, omdat ze horizon effecten kunnen geven. threshold effects: als een bepaald onderdeel gekozen wordt kan dit in eerste opzicht een goede keuze lijken, maar uiteindelijk toch voor problemen zorgen als blijkt dat het een conflict met andere onderdelen geeft. Dan is backtracken nodig wat het zoeken naar oplossingen vetraagt. Een domeinspecifieke volgorde bepalen kan horizoneffecten voorkomen; bijvoorbeeld de voeding als laatste kiezen, als de stroomvereisten bekend zijn.