deeltent. B, KS. 6a [...] (events met relatie = staan verticaal geordend, terwijl de relatie < horizontaal is geordend). Abstracter bekeken is er spraken van een gerichte graaf met twee gewichten: = en <. Deze kan worden geordend dmv. een topologische sortering. Relaties zijn pijlen, events zijn knopen. b. Met behulp van constraint propagation worden alle relaties berekend, doordat < en = transitieve relaties zijn is het mogelijk de relatie tussen A en C te controleren als je alleen A en B; B en C weet. In dit geval is kerstkransjes < roeterstraat. Verder roeterstraat = antw. vellen --------------------------------- dus kerstkransjes < antw. vellen 6a Volgens het model zou A3 de volgende inputs moeten krijgen: T3=12, T4=7 (gegeven dat alles werkt). Aangezien T3 onmogelijk waarde 7 kan geven (ook al is er iets stuk), moet dit van T4 komen. Dat betekent dat alles voor T4 correct werkt, en de fout voor T3 moet zitten. Dan blijven M1 en A1 als mogelijke 'candidates' over, en is de minimal conflict set {{M1}, {A1}}. De volgende, en laatste probe zal zijn op M1 of A1. Als 0 wordt gemeten, dan is dat component stuk. Zo nee, dan is juist het andere component stuk. b. - uitvoerwaarden kunnen op verschillende wijzen zijn ontstaan (6 = 6+0 maar ook 0+6) - fouten kunnen elkaar compenseren (10=6+4, maar ook 8+2) - fouten kunnen elkaar verbergen (4*0=0, maar misschien 0*0=0) 7a unicode: karakters (a-z, andere schriften etc.) xml (structuur van data) ontology (dat waar over wordt geredeneerd) logic (redeneer mechanismen) proof (queries beantwoorden) trust (authenticatie) b. Modulariteit is het voordeel. Net als bij TCP/IP vergemakkelijkt dit het debuggen.