Andreas van Cranenburgh (student 0440949, bachelorstudent kunstmatige intelligentie) Gaaspstraat 48-3hg 1079 VE Amsterdam Mon Jun 15 15:12:59 CEST 2009 Betreft: beoordeling geschiedenis in het groot, door Fred Spier, IIS. Mijne heren, Geheel onverwacht ontving ik voor het vak Geschiedenis in het Groot als eindcijfer een 5.0 (onvoldoende). Dit was onverwacht aangezien ik het tentamen redelijk goed gemaakt had en mijn best had gedaan op het in te leveren essay. Er zijn twee redenen waarom ik deze onvoldoende onterecht acht: - de beoordeling van het essay (1 punt aftrek) - de normering (afgerond op gehele punten) Ik heb mijn bezwaren reeds kenbaar gemaakt aan Dhr. Spier; deze vonden echter geen gehoor, vandaar dat ik mij genoodzaakt voel om deze hierbij opnieuw aan te kaarten. Allereerst het essay. De opdracht luidde als volgt, en ik citeer (uit de collegeslides): ESSAY: 1. Kies een onderwerp waar je affiniteit mee hebt: 2. Beschrijf vanuit een 'Big History'- perspectief hoe dit onderwerp is geworden tot wat het nu is. Bij ieder college dient u zich af te vragen wat de daarin besproken inzichten hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van het door u gekozen onderwerp Dit heb ik gedaan, met speciale aandacht om aan het begrip "essay" te voldoen. De inzichten van het college hebben zeker bijgedragen aan de vorming van mijn essay. Echter, een verdere specificatie van de opdracht bevatte een onderdeel dat naar mijn mening strijdig is met het begrip "essay": ESSAY: U dient deze vraag thuis voor te bereiden. Het resultaat moet uitgeprint worden ingeleverd tijdens het tentamen. U dient uw antwoord per college zorgvuldig te beredeneren. Uw antwoord dient per college tenminste een alinea, en maximaal twee alinea's te beslaan. In totaal: maximaal 4 pagina's A4 Het verbinden van het onderwerp met de hoorcolleges moest dus geschieden onafhankelijk van of dit al dan niet mogelijk was (gezien het bereik van de hoorcolleges, van de oerknal tot aan de toekomst, was dit mijns inziens nogal een onhandig en beperkend vereiste). Aan dit laatste onderdeel van de opdracht heb ik niet voldaan, en in plaats daarvan mijn essay verbonden aan verscheidene bronnen (waaronder de literatuur van het college). Verder kwamen verscheidene van mijn punten voor in de literatuur van het college, zoals ik na het schrijven van het essay ondervond. Ook heb ik expliciet een "Big History" perspectief ingenomen. Helaas werd deze transgressie, het niet voldoen aan het laatste onderdeel, streng afgestraft: het essay werd als (geheel) onvoldoende beoordeeld, en dus kreeg ik 1 punt aftrek. Ik ben van mening dat, zoals duidelijk te zien is aan de verzorging van het essay (bijvoorbeeld de bronvermelding), het essay minstens een voldoende waard is, zo niet de beoordeling `goed.' Dit omdat het mij redelijk lijkt dat er bij het onverhoopt niet volgen van de aanwijzingen toch verzachtende en compenserende omstandigheden kunnen zijn (bijvoorbeeld een goed beargumenteerde en geinformeerde tekst). Blindstaren op het niet voldoen aan dit aspect van de opdracht is mijns inziens een geval van tunnelvisie. Verder wijs ik op de vooraf gegeven beoordelingscriteria, ik citeer (uit de collegeslides): De essays zullen worden beoordeeld op: - kennis en inzicht (weegfactor 3) - opbouw en stijl (weegfactor 1) - creativiteit (weegfactor 1) Goed: 1 punt bij tentamenuitslag Voldoende: geen verandering Onvoldoende: 1 punt minder Geen essay of duidelijk niet uw best gedaan: 2 punten minder Op deze drie punten is er, voor zover ik weet, niets aan te merken op mijn opdracht. In plaats van dogmatisch een vooringenomen structuur voor te schrijven, zou het mijns inziens rechtvaardiger zijn om creativiteit en een doordachte structuur te waarderen. Vooral bij het Instituut voor Interdisciplinaire Studies verwachtte ik dat er meer waardering zou zijn voor een geinformeerde en vrijdenkende insteek, in plaast van te hameren op het confirmeren aan regel(tje)s. Door een vooraf uitgestippelde structuur voor te schrijven is er geen ruimte meer om een eigen gedachtegang te ontwikkelen omtrent de stof van het vak; hierdoor wordt het opstellen van de tekst een relatief passieve bezigheid, die niet bijdraagt aan de groei van kennis, maar slechts de reeds behandelde stof herkauwt. Dan de de normering, deze maakte mijns inziens gebruik van een ongenuanceerde discretisatie, en ik citeer (uit de lijst met resultaten): 35 - 37 vragen goed: cijfer 6 38 - 40 vragen goed: cijfer 7 Op het tentamen had ik 37 vragen goed. Het zou veel eerlijker zijn om hiervoor het cijfer 6,6 of 6,3 voor toe te kennen, volgens een van de volgende normeringen: vragen goed optie A optie B 35 6 5,6 36 6,3 6 37 6,6 6,3 38 7 6,6 39 7,3 7 40 7,6 7,3 (et cetera voor de rest van de punten) Door de twee genoemde punten, de normering en het essay, liepen de cijfers op een vreemde wijze uiteen. Zo was er een medestudent, waarmee ik het tentamen uitvoerig besproken had en vrijwel hetzelfde aantal fouten gemeen had, die het eindcijfer 8 had ontvangen. Het eindcijfer verschilde met 3 volle punten, een onverklaarbaar groote bifurcatie. Dit verschil is te wijten aan 1 extra vraag goed van de 50 tentamen vragen, en de beoordeling van het essay. Dit terwijl het eindcijfer een indicatie zou moeten zijn van het begrip van het vak, en niet een uitvergroting van zulke verschillen. Tot zo ver mijn ongenoegens omtrent de beoordeling. Ik hoop ten zeerste dat er iets aan deze stand van zaken zal kunnen veranderen, aangezien het alle schijn heeft dat er aan de beoordeling redelijkerwijze het een en ander schort. Bij voorbaat dank, Andreas van Cranenburgh